Nederland is een koeienland bij uitstek. Massa’s van koeien vullen de lege weides tussen de steden op. Een koe spotten is dan ook niet heel lastig in ons koude kikkerlandje. Pak bijvoorbeeld eens de trein, je merkt zodra je buiten stedelijk gebied komt is het bijna het enige wat je zult terugzien. We houden onze zwart-wit gevlekte vrienden al duizenden jaren voor het voedsel wat ze geven. Zowel in de duurzame vorm van melk, kaas en andere zuivel als voor het vlees. Er lopen in Nederland meer koeien rond dan dat er mensen wonen in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag bij elkaar. Het schokkende aantal van 4 miljoen koeien zorgt onder andere voor de beruchte Gouda en Edammer kaas en natuurlijk dat overheerlijke biefstukje in het weekend. Bij runderen wordt de naamgeving vaak bepaald door het geslacht, een vrouwtje gaat door het leven als koe, het mannetje heet een stier en de kinderen die ze krijgen worden kalfjes genoemd. Er zijn veel meer koeien dan stieren aanwezig omdat stieren geen melk kunnen geven. De enige reden om ze houden is dus om kleintjes te fokken of hem barbecue klaar te maken.

Voordat het zo ver is dat het dier rijp is voor de slacht worden koeien gehouden op de boerderij. Zeker de laatste jaren kijkt men steeds professioneler naar de stalinrichting voor deze koeien. Vroeger was het normaal om zo veel mogelijk dieren in zo weinig mogelijk ruimte te stoppen. Echter is het dierenwelzijn een steeds belangrijkere factor bij de consument geworden. Daarom worden de dieren meer ruimte gegund en worden stallen steeds efficiënter ingedeeld. Ook gaat een stuk meer automatisch tegenwoordig. Zo is er een koeborstel, dit is een soort wasstraat voor koeien waarin alle viezigheid van de dieren wordt gespoeld. Zo voorkomt men enge ziekten en eczeem bij de dieren.

http://www.wijsmanhandelenadvies.nl/producten/cowhouse/koeborstel/